Rekenen

Methode: Wereld in getallen

Niet ieder kind leert even gemakkelijk en snel. De wereld in getallen houdt daar rekening mee. Eerst krijgen alle kinderen centrale instructie met behulp van het lesboek. Daarnaast is voor de zwakkere rekenaars in elke les een verlengde instructie. Vervolgens oefent ieder kind vanaf januari in de weektaak op zijn of haar niveau. In de weektaak staan oefeningen op drie niveaus: minimum-, basis- en plusniveau. Voor kinderen die extra uitdaging nodig hebben is er het pluswerkboek. Alle kinderen werken 30 minuten per week met een oefenprogramma op de computer.

Leerstofoverzicht:

Oriëntatie op de getallen tot en met 100
Verder en terugtellen met sprongen van 1, 2, 5 en 10
Verkenning van de kralenstang met 100 kralen (structuur en plaats van het getal)
Eerste oriëntatie op de opbouw van getallen tot honderd ( tientallen en lossen )

Optellen, aftrekken en splitsen tot en met 10
Eerste aanzet tot automatiseren:
De 0-gevallen ( 7+0; 0+7 )
De erbij 1 gevallen en de eraf 1 gevallen ( 8+1; 1+8 )
De erbij 2 gevallen en de eraf 2 gevallen ( 6+2; 2+6 )
De dubbelen en halveergevallen ( 4+4; 8-4 )
De dubbelen en bijna dubbelen ( 4+4 en 4+5 )
De verdwijn- en bijna verdwijngevallen ( 8-8; 8-7 )

Optellen en aftrekken tot en met 20
Eerste aanzet voor het optellen en aftrekken over het tiental

Geld: alle munten
biljetten van 5 en 10 euro
geldbedragen leggen en aflezen; gepast betalen

Tijd: hele uren analoog
tijdbalk
maandkalender

Meten: lengte ( het vergelijken van afmetingen )
oppervlakte en omtrek: eerste verkenning van de begrippen
inhoud: meten met natuurlijke maten
gewicht: vergelijken en ordenen van gewichten

De komende periode gaan wij het volgende leren:

Oriëntatie op de getallen:
Kennismaking met de getallen t/m 10. Met behulp van de klassikale getallenlijn worden allerlei teloefeningen gedaan. Daarnaast moeten de kinderen stukken getallenlijn invullen, buurgetallen zoeken en getallen op volgorde zetten. Ook maken de kinderen kennis met de begrippen even en oneven.